Page content

Angst beter begrijpen

Wat is angst?
Angst is een normale, natuurlijke en vaak nuttige emotie.
Het is een antwoord van het lichaam op een dreigend gevaar. Dit gevaar kan direct en duidelijk waarneembaar zijn, maar ook geheel of gedeeltelijk denkbeeldig. Angst werkt vaak beschermend en kan de reden zijn om bepaalde situaties voorzichtig en oplettend te benaderen. Maar angst kan ook uit de hand lopen bijvoorbeeld door een ongeremde fantasie en zo sterk en overheersend worden dat het een ernstige belemmering wordt in het dagelijkse leven. In de tandheelkundige situatie kan angst aanleiding geven tot het slecht of helemaal niet meewerken van de patiënt, zodat een behandeling nauwelijks of niet mogelijk is.

Angst kan allerlei veranderingen in het lichaam en in het gedrag veroorzaken, zoals: bleekheid van de huid of juist roodheid van de huid en transpiratie; hartkloppingen; trillen van de spieren; snelle ademhaling; droge keel; trillende stem; huilen; beklemd gevoel op de borst; gevoel van flauwvallen; afwerende gebaren en een opwelling om hard weg te lopen.
Zeer grote angst kan verlammend werken, het zelfvertrouwen uit het evenwicht brengen en soms "normaal" gedrag onmogelijk maken. Angst, die zich tot een fobie heeft ontwikkeld, is een bijzonder sterk soort angst, die meestal optreedt ten gevolge van één specifieke aanleiding. Iemand die een fobie heeft, probeert deze aanleiding zoveel mogelijk te ontlopen.

Zo kennen we bijvoorbeeld de claustrofobie (angst om in gesloten ruimten te zijn), de acrofobie (hoogtevrees), de agorafobie (ook wel pleinvrees genoemd), de aquafobie (watervrees) en dus ook de odontofobie (uitzonderlijke angst voor de gehele of een deel van de tandheelkundige behandeling).
Veel van de angstgevoelens op tandheelkundig gebied bij volwassenen zijn het gevolg van één of meer slechte ervaringen in hun kinderjaren, die ook buiten de tandheelkunde kunnen liggen (b.v. ernstige psychische problemen door mishandeling of een ziekenhuisopname). Vaak heeft meegespeeld, dat men zich erg onzeker en machteloos voelde en zich ongerust maakte over de behandeling, omdat men niet wist wat er komen ging. Ook is het mogelijk, dat men wordt beïnvloed door nare verhalen van anderen. Zo zijn vaak angsten voor de tandheelkundige behandeling ontstaan en gegroeid.

Hoe kan angst zich uiten?
Angst kan in het lichaam verschillende soorten reacties opwekken. Alhoewel deze reacties meestal een onprettig gevoel geven, zijn ze eigenlijk volkomen normaal en natuurlijk. De meeste reacties zijn beter te begrijpen als men zich bedenkt dat het lichaam zich tijdens een angstaanval als het ware klaar maakt om te vluchten. Herkenning van en begrip voor deze reacties van het lichaam kunnen er aan meehelpen, dat een angstaanval niet uit de hand loopt en eindigt in een paniekaanval.

De bloedsomloop
Hart en bloedvaten reageren sterk op angst en spanning. Het hart kan sneller maar ook langzamer en zwaarder gaan kloppen. De bloeddruk kan stijgen of dalen. Als de bloedvaten zich b.v. in de buik verwijden, daalt de bloeddruk. Dit kan een licht gevoel geven in het hoofd en zelfs een gevoel van flauwvallen veroorzaken. Maar als er daarentegen adrenaline uit de bijnier vrijkomt, als reactie op de angst, neemt de bloeddruk juist toe en gaat het hart sneller kloppen en slaat ook wel eens over.
Iemand, die in angst zit, kan hierdoor zelfs het gevoel krijgen een hartaanval te hebben. Maar een gezond lichaam kan de angstreacties zonder probleem aan.


De maag en ingewanden
Het maagdarmkanaal, waarvan de mond het eerste deel is, reageert ook heel duidelijk op angst en spanningen. De mond kan droog worden, waardoor het slikken moeilijker wordt. Dit gevoel kan zo sterk worden, dat er een nieuwe angst ontstaat, namelijk niet meer te kunnen slikken of ademen, ja zelfs te zullen stikken. Maar dat kan niet gebeuren. Ons lichaam zal altijd zichzelf beschermen. Wij bezitten namelijk twee verschillende zenuwstelsels. Het ene heet: het willekeurige zenuwstelsel en stelt ons in staat om lichaamsdelen zo te bewegen als we zelf willen. Het andere heet het onwillekeurig zenuwstelsel en dat bestuurt, buiten onze wil om, alle lichaamsfuncties, die onze gezondheid moeten beschermen.
Deze lichaamsfuncties zijn onder andere: de ademhaling, het kloppen van het hart en het functioneren van onze klieren en andere organen. Dit onwillekeurig stelsel komt bijvoorbeeld in actie als er gevaar dreigt voor het lichaam. Probeer bijvoorbeeld maar eens de adem zo lang mogelijk in te houden. Na enige tijd zal er een moment komen, dat er een kracht sterker dan uw wil, u zal dwingen om weer te gaan ademen. Het volgende is gebeurd.

De concentratie van zuurstof en kooldioxide in het bloed wordt zodanig verstoord (dat wil zeggen te weinig zuurstof en teveel kooldioxide), dat het ademhalingscentrum in de hersenen, een onderdeel van het onwillekeurig zenuwstelsel, ingrijpt en de ademhaling weer op gang brengt. Dit voorbeeld toont aan dat zelfs bij een hevige angstaanval, wanneer het hart als een razende bonkt en klopt en de ademhaling dreigt te stokken, er toch niets kan gebeuren. Het onwillekeurig zenuwstelsel zal het lichaam beschermen.

Waar angst eventueel wel kwaad kan, is bij iemand met een echt probleem aan het hart. Grote angst en spanningen moeten bij dergelijke mensen zoveel mogelijk vermeden worden. Wanneer er in een dergelijke situatie sprake is van pijn in de borst, moet dit altijd bij de huisarts of behandelend specialist worden gemeld. Een gezond persoon, die pijn in de borst voelt als hij in grote angst of spanning zit, hoeft zich daarover meestal geen zorgen te maken. Deze pijn wordt vaak veroorzaakt door kramp van de bloedvaten van de maagwand. Eigenlijk zouden we dus beter kunnen spreken van een soort maagpijn.

De huid
Ten gevolge van een door angst versnelde bloedsomloop en het zich verwijden van kleine bloedvaten vlak onder de huid, kunnen het gezicht, de oren en de hals rood worden en de handen warm en zweterig aanvoelen. Versterkte transpiratie is ook op andere plaatsen merkbaar. Denk bijvoorbeeld aan de uitdrukking: "het klamme zweet stond op zijn voorhoofd".

De ademhaling
Een ander mogelijk verschijnsel van grote angst of spanning is een beklemd gevoel in de borst in combinatie met een gevoel van ademnood. Om deze zogenaamde ademnood op te heffen wordt vaak snel en met korte stoten geademd. Het lijkt op een soort hijgen. Het lichaam wordt als het ware voorbereid op de vlucht. Het oorspronkelijke doel van deze vorm van ademhalen is om meer zuurstof in het lichaam te brengen. Helaas wordt tegelijkertijd teveel kooldioxide uitgeademd. Dit veroorzaakt vreemde gevoelens, zoals: duizeligheid, tintelen van de vingers en een verdoofd gevoel rond de mond. Deze vreemde gevoelens veroorzaken vaak weer een toename van de angst. Toch zijn het eigenlijk heel normale reacties in het lichaam op een verkeerde manier van ademen. Gelukkig zijn deze reacties ook weer gemakkelijk te stoppen, namelijk door de adem gedurende 15 tot 20 seconden in te houden en dan langzaam uit te ademen. Een andere mogelijkheid is om gedurende enige tijd - tot het vervelende gevoel is verdwenen - in een papieren zak in en uit te ademen. De bedoeling van beide methoden is om de hoeveelheid kooldioxide in het bloed weer op een normaal peil te brengen.

De spieren
Ten gevolge van angst kunnen spieren of slap en bibberig aanvoelen of juist hard en gespannen worden. Dit laatste heeft weer te maken met een onbewuste voorbereiding van het lichaam op de vlucht als het gevaar te groot mocht worden.

Conclusie
Voor iemand, die angstig en gespannen is en die in één of andere angstopwekkende situatie terechtkomt en dan een aantal van de hiervoor beschreven reacties in zijn lichaam begint te voelen (zonder de betekenis ervan te begrijpen), kan dit betekenen, dat hij er een tweede angstgevoel bij krijgt. Een sterk en onbewust gevoel van een naderend gevaar. Als de reacties in kracht toenemen, wordt het onzekere gevoel groter en kan zelfs overgaan in een paniekaanval. Echter door een beter begrip voor de angstreacties in het eigen lichaam te hebben en het er mee om te leren gaan, kan de angst worden overwonnen. In ons geval betekent dat dus, dat men kan leren omgaan met zijn angst voor de tandarts en dat men met de hulp van die tandarts en zijn assistente en/of door psychologische behandeling uiteindelijk (weer) tandheelkundig behandeld kan worden.

Bijzondere vormen van angst:
en hoe ze in verband kunnen staan met het bezoeken van de tandarts of juist met het ontwijken ervan.
Claustrofobie
Claustrofobie is angst om in een gesloten ruimten te zijn. Personen, die hier last van hebben, kunnen zich ook in de tandartsenstoel erg opgesloten en machteloos voelen. Ze proberen daarom meestal deze situatie zoveel mogelijk te vermijden.
Angst om machteloos te zijn
Er zijn heel wat mensen, die er slecht tegen kunnen, dat ze geen controle hebben over de situatie waar ze in zitten. Dit komt natuurlijk sterk naar voren bij de tandheelkundige behandeling. De angst en gespannenheid, die daardoor ontstaan, kunnen eenvoudig worden voorkomen en weggenomen. Er zal daarom tijd worden besteed aan het uitleggen van de manier van werken en de bedoeling van elke stap van de behandeling.
Niets zal worden gedaan tegen de wil van de patiënt. Van onze kant zullen we natuurlijk wel proberen de behandeling tandheelkundig gezien zo verantwoord mogelijk te laten verlopen. Maar de uiteindelijke beslissing, ook over wat er per bezoek gaat gebeuren en het tempo waarin, is steeds bespreekbaar.
Angst voor de naald
Angst voor de injectienaald heeft vaak te maken met de angst voor pijn van de prik zelf, het gevoel van het binnenlopen van de verdovingsvloeistof en de reacties van het hart na de verdoving. Maar ook het binnengaan van de naald in zo'n emotioneel gevoelig gebied als de mond. Door de zeer dunne en korte naalden van tegenwoordig en door eventuele toepassing van verdovingszalf (die voor de injectie op de verdovingsplaats kan worden aangebracht) en een voorzichtige manier van werken door de tandarts, hoeft een verdovingsinjectie in de meeste gevallen nauwelijks pijn meer te doen.
Het hart kan wat heftiger gaan kloppen na het inbrengen van de verdovingsvloeistof, omdat hier vaak adrenaline in zit om de bloedvaten te laten samentrekken op de verdovingsplaats. Anders zou de verdovingsvloeistof te snel zijn uitgewerkt. Dat beetje adrenaline kan het hart sneller laten kloppen, maar dit is dus eigenlijk een normale reactie en hoeft geen reden te zijn voor ongerustheid.
Angst voor de instrumenten
Deze angst, zoals trouwens vele angsten, wordt veroorzaakt door fantasieën over iets waar men onvoldoende van weet. Als men niet weet waar een instrument voor dient en hoe het gebruikt wordt, is het "verleidelijk" om er van alles bij te denken en bang te worden. Het uitleggen van de instrumenten en hun werking door de tandartsassistente of de tandarts zal deze op een gemakkelijke en snelle manier kunnen laten verminderen. Als u het nodig vindt, vraag dan gerust om (meer) uitleg.
Angst voor het geluid van de boor
Er zijn veel geluiden, die een angstige persoon kunnen laten schrikken en een sterk gevoel van gevaar en onheil opwekken. Bijvoorbeeld een sirene van de politieauto, of ambulance, onweer, harde stemmen of andere geluiden. Maar ook de snelle boor van de tandarts. De moderne boormachines worden aangedreven met samengeperste lucht. Deze lucht zorgt ervoor dat er een turbine (= molentje) in het handgedeelte van de boormachine gaat draaien.
De turbine brengt op zijn beurt de boor aan het draaien. Het hoge fluitende en irritante geluid wordt veroorzaakt door de samengeperste lucht, die na de turbine te hebben aangedreven door kleine openingen uit de kop van het handstuk ontsnapt. Je zou het dus ook een soort fluit kunnen noemen. Wij kunnen het geluid van de boor grotendeels wegnemen door u een hoofdtelefoon met muziek op de oren te zetten.
Andere angsten
Naast de beschreven angsten bestaan er natuurlijk nog een aantal, die ervoor kunnen zorgen, dat iemand niet erg graag naar de tandarts gaat.
Voordat we met een behandeling beginnen zal iedere patiënt de gelegenheid krijgen, met behulp van een paar formulieren over angst en een gesprek met ons, alles over zijn/haar angst te vertellen. Indien gewenst, kunnen er ook een of meer gesprekken worden gevoerd met een aan onze stichting verbonden psycholoog.

Begeleiding en behandeling van angstige patiënten
Het doel van de angstbegeleiding.
Op de afdeling Angstbegeleiding werken tandartsen, klinisch psychologen en anesthesiologen, die speciale interesse en ervaring hebben in het behandelen van patiënten, die erg bang zijn om naar de tandarts te gaan.
Zij werken in teamverband om u te helpen om de behandelingen te ondergaan en er aan mee te werken. Met als doel de tandheelkundige behandeling voor u zo gemakkelijk en comfortabel als mogelijk te laten verlopen.
De Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde is er voor om mensen met bijzondere tandheelkundige problemen weer op de juiste en normale weg te helpen. U kunt dus maar tijdelijk gebruik maken van de diensten van de SBT.
Ons doel is u te leren zo goed mogelijk om te gaan met uw angsten voor de tandheelkundige behandeling, zodat u daarna bij een eigen huistandarts terechtkunt voor alle jaren en behandelingen, die nog komen.
De procedure.
Nadat u zich heeft aangemeld, wordt u een aantal formulieren toegezonden, waaronder angstlijsten. Het is belangrijk om deze lijsten volledig in te vullen en terug te zenden, zodat wij een indruk kunnen krijgen over de aard en ernst van uw angst. U zult een aantal vragen tegenkomen, die over algemene psychologische zaken gaan. Het invullen van deze vragen is van belang om een indruk te kunnen krijgen of er eventueel algemene psychologische factoren meespelen met de angst voor de tandheelkunde. De vragenlijsten worden door ons natuurlijk vertrouwelijk behandeld.
Nadat wij uw lijsten hebben terugontvangen, wordt u ingeschreven en op een wachtlijst geplaatst. Als gevolg van een voortdurend grote toeloop moeten wij helaas een wachtlijst hanteren, bij de receptie kunt u vragen hoe lang deze lijst op dat moment is.

Het eerste gesprek en het vlechtbeleid
Wanneer u aan de beurt bent, wordt u opgeroepen voor een kennismakingsgesprek, ook wel intakegesprek genoemd. Bij dit gesprek kan onze psycholoog aanwezig zijn.
Tijdens het intakegesprek wordt met u gesproken over uw angst en de achtergronden er van, over de mogelijkheden van begeleiding en behandeling en over uw aandeel daarbij.
Als u daartoe in staat bent kan er ook een globaal mondonderzoek worden gedaan en kunnen er enkele röntgenfoto's gemaakt worden.
Wanneer al deze noodzakelijke gegevens verzameld zijn, zal met u besproken worden wat er in uw mond gedaan kan worden, maar ook met welke hulpmiddelen dit eventueel zal kunnen plaats vinden. Deze hulpmiddelen zijn: groepsgesprekken, gedragsbeïnvloeding (eventueel met hulp van de psycholoog), lachgassedatie, algehele anesthesie (narcose) in samenwerking met een anesthesioloog) op de locatie van de SBT of in een ziekenhuis.
Vanzelfsprekend is uw eigen inbreng hierbij ook van belang. U krijgt de gelegenheid om uw vragen en ideeën met ons te bespreken.
Tenslotte wordt met u afgesproken hoe lang onze begeleiding, die gericht is op het doen afnemen van de angst, zal duren en hoe de weg terug naar de huistandarts het beste afgelegd kan worden. Als de angst voldoende is afgenomen en er voldoende behandelbaarheid is ontstaan, bent u toe aan een vervolgtraject in een huispraktijk. Voor het vervolg van de behandeling zult u dus een huistandarts moeten hebben of er een moeten zoeken. De huistandarts is belangrijk als laatste schakel in ons behandelproces en oefentraject. Behandelbaarheid binnen SBT garandeert niet automatisch dat u behandelbaar bent binnen de huispraktijk. Wij hebben een samenwerking met de huistandarts dus hard nodig.
De eerste keer vragen wij u een korte overzichtelijke behandeling te laten doen bij uw huistandarts, waarbij hetgeen dat bij SBT is geoefend, herhaald kan worden bij de huistandarts. Meestal gaat dit om het maken van een eenvoudige vulling. Daarna zal bij de SBT-tandarts een evaluatie plaats vinden en ook weer een (soms iets moeilijkere) behandeling worden uitgevoerd. Afhankelijk van hoe een en ander verloopt, wordt u definitief aan uw huistandarts overgedragen of wordt dit ‘vlechtbeleid’ verlengd en worden nog nieuwe behandelingen uitgevoerd.
De consequentie van dit beleid kan dus zijn dat u nog een aantal behandelingen behoeft in de huispraktijk, dit is afhankelijk van de tandheelkundige behandelnoodzaak en van uw angstniveau.


Vacatures

2 tandartsen (0,4 fte tot 0,6 fte)

Op de afdeling A&G van de SBT wordt nauw samengewerkt met een intramuraal werkende psycholoog, gedragsdeskundige en een anesthesiologisch team.

Ervaring met het werken in een multidisciplinaire setting en een erkende beroepsdifferentiatie op het gebied van de angstbegeleiding en/of de gehandicaptenzorg strekken tot aanbeveling. Indien deze nog niet aanwezig is, dan zal daar op termijn naar gestreefd dienen te worden door het volgen van de opleiding tandarts angstbegeleiding (TA) of tandarts gehandicaptenzorg (TG).

Lees verder ››